Martin Brandsma is een leven lang verbonden aan ASC ’75, de club die hij nu traint, maar maakte in zijn studententijd onvergetelijke zaalvoetbalavonturen mee. ,,De herinneringen zijn voor altijd.”

Eigenlijk was het puur toeval, de manier waarop Martin Brandsma (42) jaren geleden bij Bunga Melati terechtkwam. Voor zijn studie Sporteconomie aan de hogeschool van Tilburg moest hij een eindstage lopen. Brandsma, voetbalgek als hij toen al was, richtte zijn pijlen aanvankelijk op Willem II.

,,Maar dat wilden meer studenten”, lacht Brandsma. ,,Ik zag vervolgens een oproep van een Bunga Melati. De club zocht iemand voor het sponsorbeleid en de communicatie. Bunga Melati was in die tijd hét zaalvoetbalbolwerk van Nederland.”

Stage

Brandsma kreeg na zijn stage een contract. Hij werkte drie jaar bij de Tilburgse vereniging, waar grote zaalvoetballers als John de Bever (‘we hoefden na afloop nooit een zanger te bestellen’) en Edwin Grünholz (‘die liep alles en iedereen voorbij’) in de jaren negentig speelden. ,,We werden twee keer landskampioen”, vertelt Brandsma.

Het hoogtepunt was het WK voor zaalvoetbalclubs, waarvoor Bunga Melati een uitnodiging kreeg. ,,Dat was in Brazilië, een land dat compleet gek is van de zaalvoetbalsport”, weet Brandsma. ,,We speelden in een hal met achtduizend mensen op de tribune. Ik maakte onder meer de persberichten en omdat we goed presteerden, kregen we gedurende het toernooi steeds meer aandacht van Nederlandse media. We eindigden als derde en De Bever werd uitgeroepen tot beste speler van het WK. Dat was geweldig, wát een belevenis.”

,,Ik heb me in die jaren op persoonlijk vlak heel erg ontwikkeld”, vervolgt Brandsma. ,,Als student uit Friesland zat ik opeens tussen de beste Nederlandse zaalvoetballers. Dat waren haantjes, die allemaal wel wisten hoe het moest. Ik moest daar echt mijn mannetje staan.”

Dorpsclub

Brandsma realiseerde zich in Tilburg dat hij ooit trainer wilde worden. Hij voetbalde zeventien seizoenen in het eerste elftal van ASC ’75, een dorpsclub uit Augustinusga. ,,Ik woonde zeven jaar in Brabant, maar elk weekend ging ik met de trein terug naar Friesland. De binding met deze club en mijn kameraden in het dorp – dat wilde ik niet missen.”

Na zijn loopbaan als speler, werd Brandsma hoofdtrainer van Kootstertille en later WTOC. Toch bleef de band met ASC onverminderd sterk. Brandsma was voorzitter van de Club van 100 en werd vorig seizoen benoemd tot lid van verdienste. ,,Ik stopte toen ik hier trainer werd, want anders krijg je belangenverstrengeling”, meent Brandsma. ,,De Club van 100 haalt bijvoorbeeld ook de gelden binnen waarvan de trainer wordt betaald.”

Hij ziet het werken bij ‘zijn’ club als een uitdaging. De opdracht van het bestuur: met veel eigen jeugd een goede basis leggen voor de toekomst. ,,Elke speler heeft een geweldige instelling en wil graag leren. ASC leeft enorm in het dorp, met supporters die er bovenop zitten, een fanatiek bestuur en een geweldige terreinbeheerder, Ette, die hier elke dag rondloopt.”

Achtkarspelencup

ASC won dit seizoen een prijs die telt in de regio: de Achtkarspelencup, niet verrassend een zaalvoetbaltoernooi. ,,We wonnen van Harkemase Boys en ’t Fean ’58”, lacht Brandsma, die zijn inbreng echter nuanceert. ,,Ik heb in Tilburg veel zaalvoetbalkennis opgedaan, maar de jongens moesten het uiteindelijk zelf doen.”

En o ja, hoe is het nu met Bunga Melati? ,,Nadat de club financiële problemen kreeg, ging het snel bergafwaarts”, zegt Brandsma. ,,Ik spreek ook niemand meer uit die periode. Maar de herinneringen, die zijn voor altijd.”

Foto: Henk Jan Dijks